SHOPPEN ALS EEN SUPPORTER

WINKELEN IN EIGEN WEB

 
Voor de online shopper is de wereld één grote winkelstraat, maar vandaag roepen veel bedrijven op om voor lokale webwinkels te kiezen. Heeft dat echt zin? En waar moet je dan op letten?

 

Koffiehuizen die ontbijtmanden samenstellen, yogastudio’s die online lesjes uitzenden tot kledingzaken die pakketten op maat samenstellen voor vaste klanten: aan coronacreativiteit geen gebrek bij Vlaamse handelaren. Sinds de pandemie hen tot een tijdelijke sluiting dwong, zoekt de niet-essentiële middenstand koortsachtig naar manieren om verloren omzet te recupereren. Want voor de meesten volstaat de hinderpremie van 4.000 euro niet.

Vlaamse consumenten, anders niet vies van een koopje bij een multinational, pikken de noodkreet massaal op. Influencers strooien gul met shoutouts, in Facebookgroepen circuleren lijstjes met lokale webshops en we delen trots foto’s van lokaal aangekochte bloemen, kleren of maaltijden. Consumeren vanuit ons kot, plots een heldendaad. Maken we echt het verschil?

SHOPPEN VOOR EIGEN SCHATKIST

Ondernemersorganisatie Unizo lanceerde vorig jaar een campagne rond lokaal winkelen. Hun ‘winkelhieren’ - woord van het jaar in 2019 - duikt nu weer overal op. De slogan: ‘wat je hier uitgeeft, krijg je terug’, raakt een gevoelige snaar, nu de overheid volop steunmaatregelen uitrolt voor gezinnen en bedrijven. Vlaams minister van Financiën Matthias Diependaele (N-VA) raamt de factuur op zo’n 1 miljard euro. Aangezien we die kosten indirect zelf ophoesten, zorgen we er maar beter voor dat het geld opnieuw in de eigen schatkist terechtkomt, toch?

‘In 2017 spendeerden de Belgen 5,5 miljard euro in buitenlandse webshops. Goed voor 60 procent van alles wat online wordt gekocht’, zegt gedelegeerd bestuurder van Unizo, Danny Van Assche. ‘Dat blijft niet zonder gevolgen voor onze economie. Het vertaalt zich in een verlies aan jobs en inkomsten uit belastingen en sociale zekerheid.’ Of om het met een cijfer te zeggen: 5,5 miljard euro komt overeen met zo’n 30.000 jobs. Slik. ‘Wanneer je iets koopt bij pakweg Zalando, investeer je niet in de Belgische economie, maar in de Duitse. Dat is belangrijk om in het achterhoofd te houden.’

ADMINISTRATIEVE ROMPSLOMP

Voor we massaal buitenlandse webshops afzweren: het schrikbeeld van de financiële leegloop is niet helemaal eenduidig. Als het gaat om vennootschapsbelasting, de belasting die bedrijven betalen op hun winst, is de maatschappelijke zetel inderdaad doorslaggevend. Of anders gezegd: een Belgische keten als Torfs betaalt vennootschapsbelasting in België, Zalando - zetel in Berlijn - niet. Maar dat betekent nog niet dat al uw centen automatisch wegvloeien bij een aankoop in het buitenland.

In de Europese Unie betalen webwinkels met een omzet groter dan 35.000 euro verplicht btw in het land van levering. Wanneer Zalando een paar pumps verkoopt in pakweg Roeselare, betaalt het dus btw aan de Belgische overheid. De administratieve rompslomp - elk land hanteert andere btw-tarieven - maakt de handhaving vandaag moeilijk. Maar daar komt verandering in: volgend jaar wordt een zogenaamde One Stop Shop ingevoerd voor detailhandel. Bedrijven hoeven zich maar één keer aan te melden, de btw-administraties regelen de afrekening onder elkaar. ‘Er vloeit echt heel wat terug naar schatkist, ook als het gaat om grote buitenlandse spelers’, benadrukt Sofie Geeroms van Becommerce, de sectorfederatie van online handel in België.

SHIRTJES VAN DE LOKALE SPONSOR

‘Dat klopt, maar het plaatje is breder dan btw alleen’, zegt Mien Gillis, retailexpert bij Unizo. ‘Denk bijvoorbeeld aan werkgelegenheid. Giganten als Bol.com en Zalando hebben hun distributiecentra in het buitenland en werken vaak met buitenlandse transportbedrijven en koerierdiensten. Wie koopt bij lokale bedrijven, zorgt mee voor lokale jobcreatie. Duurzame jobs in eerlijke omstandigheden, die op hun beurt de sociale zekerheid spijzen.’

Nog een veelgehoord argument: kleine winkels en handelaren zijn belangrijk voor het sociaal weefsel in steden en dorpen. Dan hebben we niet alleen over de ‘gezellige winkelkern’. Lokale handelaren sponsoren jaarlijks gemiddeld 2.000 euro aan lokale initiatieven zoals jeugdverenigingen, culturele activiteiten of sportclubs. ‘Voor die lokale verenigingen is dat een belangrijke bron van financiering’, zegt Gillis. ‘Ik zie Amazon niet meteen de T-shirtjes van de lokale volleybalclub sponsoren.’

KLEINER IS GEZONDER

Is het ouderwets of naïef om te geloven dat kleine, lokale initiatieven op lange termijn gezonder zijn voor economie en samenleving? Macro-econoom Geert Noels meent van niet. In zijn recentste boek, Gigantisme, klaagt hij de gevolgen aan van wat hij ‘uit de hand gelopen kapitalisme’ noemt. Het schaalvoordeel-denken mag er dan aantrekkelijk uitzien, stelt hij, maar het is dat veel minder als je de ecologische en maatschappelijke dimensie mee in de weegschaal legt. Hij schetst hoe de huidige economie gedomineerd wordt door (te) grote spelers en hoe dat gigantisme negatieve gevolgen heeft op het milieu, maar ook bijvoorbeeld op de mentale gezondheid. Mensen voelen zich minder betrokken in grote structuren.

De oplossingen voor ‘gigantisme’ die Noels aanvoert in zijn boek, liggen vooral bij overheden: het verscherpen van antitrustwetten, de lobbycultuur aan banden leggen, een CO2- taks. Maakt het uit of u en ik onze schoenen bij een lokale winkelier, dan wel in een internationale webshop bestellen? ‘Mensen onderschatten de kracht van de consument’, zegt Noels. ‘Budgetten verschuiven is een heel krachtige manier om lokale initiatieven zuurstof te geven.’ Maar, zo benadrukt hij ook, het is niet de goedkoopste manier. ‘Lokaal en kleinschalig brengt meer kosten met zich mee. Daar moeten we eerlijk over zijn. En consumenten moeten bereid zijn die kost te betalen.’

WAT IS BELGISCH?

‘Als je bedenkt dat België de op twee na hoogste loonkost heeft van Europa - alleen Denemarken en Luxemburg moeten we laten voorgaan - en dat ook de energiekosten hier hoger liggen, dan kunnen veel lokale handelaren inderdaad niet op tegen de lage prijzen van grote buitenlandse concurrenten’, zegt Danny Van Assche. Lokaal winkelen vraagt offers inzake gemak en budget. De vraag is of we daar wel toe bereid zijn.

Zo delen we enerzijds trots onze lokale aankopen op sociale media, maar deden we anderzijds nog nooit zoveel een beroep op maaltijdservice Hello Fresh. Het bedrijf zag zijn groei in de tweede helft van maart versnellen door de coronacrisis. ‘Die bestelwagentjes komen vanuit het buitenland, met voeding die op haar beurt ook uit het buitenland komt’, zegt Mien Gillis.

We hebben natuurlijk niet altijd het budget voor handgemaakte schoenen uit een lokale boetiek of tijd om gezellig op de markt te snuisteren. Voor drukbezette huishoudens of gezinnen die het moeten doen met een minimumloon, brengen webshops broodnodig en betaalbaar gemak. Kunnen we ook vanuit ons kot, tussen de soep en de patatten, kiezen voor lokaal en kleinschalig? Hoe weet je of iets Belgisch is wanneer je online winkelt?

‘Eigenlijk is dat een contradictio in terminis’, zucht Sofie Geeroms van Becommerce. ‘E-commerce valt niet in landsgrenzen te dwingen. Neem bijvoorbeeld de “be”-extensie: dat is geen garantie op een Belgische webshop. Iedereen kan een .be aanmaken, dat is vrijheid van ondernemen.’ Daarbij, vraagt ze zich af, wanneer is iets Belgisch? ‘Moet er tewerkstelling zijn in ons land? Moet de productie in België gebeuren? Of moet de eigendomsstructuur Belgisch zijn? Carrefour en Delhaize stellen veel Belgen tewerk en dragen dus bij aan de economie, maar zijn niet in Belgische handen.’

Wie online toch voorrang wil geven aan lokale initiatieven, kan met wat eenvoudige research al veel te weten komen. In de algemene voorwaarden vindt u bijvoorbeeld de maatschappelijk zetel terug. Een simpele zoekopdracht in Google leert u of het bedrijf ook fysieke vestigingen heeft in Belgische steden.

EXPORTECONOMIE

Sofie Geeroms is geen voorstander van de focus op herkomst. ‘Ik heb veel sympathie voor de solidariteit met lokale handelaren, maar ik vind het niet gezond om terug te plooien op Belgische aanbieders.’ E-commerce, zo stipt ze aan, is niet per definitie industrieel. Er zijn ook veel kleine merkjes die internationaal verkopen.

‘We hebben de afgelopen jaren net zo hard gewerkt om grenzen open te maken. Waarom zouden we dat terugschroeven? Het is toch positief als een Vlaamse slager zijn kwaliteitsvlees ook in Nederland kan verkopen? Je mag niet vergeten dat België een exporteconomie is. Als alle omringende landen plots enkel nog bij leveranciers van eigen bodem aankloppen, zijn we de dupe van onze eigen goedbedoelde boodschap.’

‘Ik vind dat het een het ander niet uitsluit’, meent Mien Gillis. ‘Zeker wanneer het gaat om B2B, is die wereldeconomie inderdaad belangrijk. Maar wanneer je als consument de keuze hebt tussen twee producten, waarvan één aangeboden door een lokale handelaar, dan zijn er gewoon te veel voordelen om niet voor de lokale handelaar te kiezen.’

REVIVAL VAN KLEINSCHALIGHEID

Becommerce en Unizo zijn het over één ding wel roerend eens: de corona-crisis heeft ook een lichtpuntje. Lokale handelaars die tot nu toe vasthielden aan hun stenen winkel, nemen nu - vaak noodgedwongen - volop digitaal initiatief. ‘Een webshop ligt niet altijd binnen de mogelijkheden, want daar komt heel wat bij kijken inzake distributie, voorraadbeheer en veiligheid. Maar de mogelijkheden zijn breder. Lokale winkels kunnen hun krachten bijvoorbeeld bundelen op een platform’, aldus Geeroms.

Van Assche bevestigt. ‘Winkels die al een webshop hadden, zien tijdens deze crisis een duidelijke stijging van hun verkoop. Horecazaken zetten dan weer volop in op thuislevering. Er gebeurt enorm veel.’ Misschien laat de Vlaming zijn liefde voor online shoppen niet volledig los, maar zorgt deze crisis er wel voor dat lokale initiatieven een groter deel van de online koek krijgen.

Dat zo’n revival van kleinschaligheid in crisistijden geen utopie is, bewijst het Amerikaanse stadje Edna. In de zomer van 2018 kreeg de burgemeester er een verontrustend telefoontje: Walmart had besloten zijn lokale vestiging te sluiten. Het nieuws sloeg in als een bom. Het winkelcomplex fungeerde er al 36 jaar als een grote werkgever, belangrijke belastingbetaler en sociale hub voor de amper 6.000 inwoners. Het stadsbestuur en de bevolking zetten zich schrap voor een sociaal bloedbad en financiële aderlating.

Toen het stof was gaan liggen, besloot journalist Carter Johnston voor de New York Times op onderzoek te gaan. Wat gebeurt er met een stad als zo’n gigant vertrekt? Edna, zo bleek, had het overleefd. Er hadden zich nieuwe, kleinere winkels en handelaren gevestigd en bestaande handelaren hadden hun aanbod uitgebreid. Toen in de herfst van 2019 de balans werd opgemaakt, bleek het met de schatkist van de gemeente veel minder erg gesteld dan gevreesd. ‘Mensen hebben geleerd dat ze in hun buurt moeten winkelen’, besloot de voormalige burgemeester.

Bron: DeStandaard 

Dinsdag 14/04/2020